Artikel 9 Bestuur

1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie en ten hoogste negen natuurlijke personen, die uit hun midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aanwijzen.

2. Nieuwe leden van het bestuur worden benoemd door de algemene vergadering uit een door het bestuur gedane bindende voordracht van één of meer kandidaten, die wordt opgesteld. De algemene vergadering kan aan die voordracht het bindend karakter ontnemen door een besluit, genomen met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen op een vergadering waar tenminste twee derde van de stemhebbende leden, of indien dat aantal kleiner is, drieduizend stemhebbende leden, aanwezig zijn;

3. Tussen de datum van oprichting en de eerstvolgende algemene ledenvergadering is het bestuur bevoegd direct nieuwe bestuurders te benoemen. Deze bestuurders worden op de eerst algemene ledenvergadering de algemene ledenvergadering voorgedragen conform het tweede lid.

4. Een lid van het bestuur kan te allen tijde, onder opgaaf van redenen, worden geschorst en ontslagen door het orgaan dat hem benoemd heeft. De algemene vergadering kan slechts tot schorsing of ontslag van een bestuurslid besluiten met een meerderheid van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen op een vergadering waar tenminste twee derde van de stemhebbende leden, of indien dat aantal kleiner is, drieduizend stemhebbende leden, aanwezig zijn.

5. De schorsing eindigt wanneer de algemene ledenvergadering niet binnen drie maanden daarna tot ontslag heeft besloten. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene ledenvergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan.

6. Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding af. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in. Bestuursleden zijn ten hoogste voor in totaal drie termijnen van vier jaar herbenoembaar.

7. Indien het aantal bestuursleden beneden het in lid 1 vermelde minimum is gedaald, blijft het bestuur niettemin bevoegd. Het bestuur is verplicht zo spoedig mogelijk een algemene ledenvergadering te beleggen, waarin de voorziening in de vacature(s) aan de orde komt.

8. Op de vergaderingen en de besluitvorming van het bestuur is het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 16 zoveel mogelijk van toepassing.

9. Bestuurders kunnen geen gekozen politieke functie namens deze vereniging c.q. via een kieslijst van deze vereniging hebben in gemeenteraad, provinciale staten, Staten- Generaal of Europees parlement. Indien een bestuurder een gekozen functie inneemt defungeert hij als bestuurder. Indien een gekozen vertegenwoordiger als hiervoor bedoeld in het bestuur wordt gekozen treed hij pas in functie als bestuurder na de zetel in het gekozen vertegenwoordigend lichaam te hebben opgegeven.

10. De vereniging kan aan bestuurders een bezoldiging toekennen. Een bezoldiging wordt door de algemene vergadering bij meerderheid vastgesteld of gewijzigd. In de periode tussen de datum van oprichting en de eerstvolgende algemene ledenvergadering is het bestuur bevoegd een bezoldiging vast te stellen, deze wordt op de eerstvolgende algemene ledenvergadering aan de leden voorgelegd ter goedkeuring.

11. Ontzetting uit het lidmaatschap of opzegging van het lidmaatschap door de vereniging van een bestuurder is niet mogelijk zolang het bestuurslid niet door de algemene ledenvergadering is ontslagen.

12. Indien tenminste een derde van de bestuurders meent dat er een onoverbrugbaar verschil van inzicht is binnen het bestuur over de koers van de vereniging dan dient het bestuur zo spoedig mogelijk dit geschil aan de algemene ledenvergadering ter beslechting voor te leggen.