Artikel 15

1. De algemene ledenvergadering kan geen besluiten nemen over onderwerpen die niet op de agenda staan.

2. De voorzitter van het bestuur is voorzitter van de algemene ledenvergadering Bij afwezigheid van de voorzitter van het bestuur wordt deze vervangen door de vicevoorzitter van het bestuur, bij afwezigheid van deze door een door het bestuur uit haar midden aan te wijzen persoon.

3. De voorzitter kan ook anderen dan Leden tot de vergadering toelaten, tenzij de meerderheid van de vergadering zich daartegen verzet. Leden hebben geen recht van introductie.

4. De voorzitter handhaaft de orde en verleent het woord. Hij is niet verplicht iemand over hetzelfde onderwerp meer dan tweemaal het woord te verlenen, tenzij het de indiener van een voorstel of een beklaagde betreft.

5. De voorzitter heeft het recht iemand het woord te ontnemen, indien hij naar zijn m mening:
a. Van het onderwerp afwijkt.
b. Zich beledigend of insinuerend uitlaat.
c. Zich van onwelvoeglijke taal bedient.
d. De orde van de vergadering verstoort.
e. In herhalingen vervalt of meningen van vorige sprekers herhaalt zonder nieuwe aspecten van de zaak naar voren te brengen.

6. Indien een aanwezige in persoon wordt aangesproken, heeft hij altijd het recht op weerwoord.

7. De voorzitter kan tot sluiting van de discussie overgaan, tenzij de meerderheid van de vergadering tot het tegendeel besluit.

8. Bij verstoring van de orde kan de voorzitter de ordeverstoorder sommeren zich te verwijderen of deze laten verwijderen.

9. De voorzitter kan, indien hem dit juist schijnt, de vergadering voor een door hem te bepalen tijdsduur schorsen.

10. De leden van het bestuur onthouden zich in de algemene ledenvergadering van stemming. Alle gewone Leden hebben in de algemene ledenvergadering een stem. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk.

11. Mondelinge stemming geschiedt bij handopsteken of hoofdelijk, naargelang de situatie dit vereist. Bij schriftelijke stemming ontvangt ieder aanwezig stemgerechtigd Lid een gewaarmerkt stembiljet van het bestuur en brengt daarop zijn stem uit. Bij elektronische stemming krijgt ieder aanwezig lid een beveiligde toegang tot de elektronische omgeving. Ieder stemgerechtigd Lid kan herstemming aanvragen van een stemming die heeft plaatsgevonden bij handopsteking. Bij hoofdelijke stemming, b bij schriftelijke stemming of bij elektronische stemming is alleen herstemming mogelijk, indien de meerderheid van de vergadering dit wenst of indien het bestuur een onvolkomenheid bij het uitbrengen van de stemmen heeft geconstateerd.

12. Tenzij de Statuten anders bepalen, is een gewone meerderheid der uitgebrachte geldige stemmen voldoende om een voorstel te aanvaarden of te verwerpen. Onthoudingen en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staken der stemmen beslist het bestuur.

13. Ieder stemgerechtigd Lid kan in een algemene ledenvergadering inlichtingen betreffende de vereniging vragen; voor zover het belang van de vereniging niet anders vereist, is het bestuur verplicht deze inlichtingen te verstrekken of te doen verstrekken.

14. Voorstellen en amendementen op enig voorstel dienen schriftelijk te worden ingediend, voorzien van de handtekening van ten minste vijftig stemgerechtigde leden. Een voorstel en amendementen daarop worden tegelijk behandeld.

15. De amendementen worden in volgorde van verstrekkendheid in stemming gebracht; daarna wordt er over het al dan niet geamendeerde voorstel gestemd. De voorzitter bepaalt de volgorde van verstrekkendheid der amendementen. Wordt een amendement aangenomen dan wordt over de andere minder verstrekkende amendementen niet meer gestemd. Moties worden op dezelfde wijze behandeld als voorstellen en amendementen. Moties van orde worden direct in stemming gebracht; deze behoeven niet de handtekening van drie stemgerechtigde leden en kunnen mondeling worden ingediend.

16. De voorzitter heeft het recht voorstellen en moties die niet in verband tot het op dat moment in behandeling zijnde agendapunt staan, uit te stellen tot een later tijdstip in de algemene ledenvergadering.

17. De indieners van een voorstel, een amendement of een motie hebben het recht dit in te trekken, voordat erover een definitieve stemming heeft plaatsgevonden. Dit recht wordt ter vergadering uitgeoefend door een der drie in functie hoogst aanwezige vertegenwoordigers van een indienend orgaan, of door een der drie eerste ondertekenaars.

18. Als de algemene ledenvergadering opdracht heeft gegeven een motie, voorstel of amendement te agenderen dienen ten minste twee van de drie eerste ondertekenaars van de desbetreffende motie, het desbetreffende voorstel of amendement aanwezig te zijn op het moment dat de betreffende kwestie geagendeerd staat op de algemene ledenvergadering. Wanneer er niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, zal dit punt per direct van de algemene ledenvergadering agenda worden verwijderd en zal er niet over worden gestemd. Zonder valide reden voor afmelding, getoetst door het bestuur, zullen de drie eerste ondertekenaars voor een periode van een kalenderjaar het recht tot indienen van een voorstel, amendement of motie, verliezen.

19. De voorzitter kan, indien het tijdstip van de vergadering of de omstandigheden dit vereisen, de algemene ledenvergadering tot maximaal zeven verenigingsdagen verdagen. Het aanvangsuur en de resterende agenda van de verdaagde vergadering wordt langs elektronische weg ter kennis van de leden gebracht.