Artikel 10

1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging.

2. Het bestuur heeft onder meer tot taak en is bevoegd tot:
a. het leiding geven aan alle politieke en organisatorische activiteiten van de vereniging;
b. het opmaken van de agenda, de voorbereiding van de besluitvorming en uitvoering van de besluiten van de algemene vergadering;
c. de handhaving van deze statuten en de bijbehorende reglementen; 
d. de bespreking van het politieke beleid van de fracties in de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de delegatie in het Europees Parlement; 
e. de voorbereiding en organisatie van de verkiezing der leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en van de verkiezing der leden van het Europees Parlement; 
f. het uitgeven van publicaties; 
g. de zorg voor het beheer van de geldmiddelen en eigendommen van de vereniging; 
h. het nemen van beslissingen in spoedeisende gevallen en in alle gevallen waarin door deze statuten en de bijbehorende reglementen niet is voorzien; 
i. het instellen en opheffen van tijdelijke of permanente commissies, alsmede de benoeming van de leden hiervan;

3. Het bestuur is, met voorafgaande goedkeuring van de algemene ledenvergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van (register)goederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.